Over Turkse bureaucratie en zo

In februari schreef ik in ‘Update: Leven in Istanbul‘ dat ik op het punt stond om van de `bogazici koprusu’ af te springen, dus dat kan ik nu niet weer schrijven, maar ik doe het toch. Echt, ik sta op een driedubbel punt nu. Gek wordt ik van die Turkse bureaucratie!

Eind januari heb ik via internet een afspraak bij Emniyet Müdürlüğü (Police Department) gemaakt voor mijn verblijfsvergunning. Dit alleen al is zeer bijzonder aangezien de gehele website (voor buitenlanders om een afspraak te maken voor een verblijfsvergunning) alleen maar in het Turks is. Ik moest eerst een heleboel gegevens invullen zoals mijn naam, de namen van mijn ouders, mijn sofi-nummer, mijn adres, het adres van mijn ouders, mijn oude adres, mijn geloof, et cetera. Daarna kreeg ik de optie om een data te kiezen voor mijn afspraak. Nee grapje, daarna moest ik kiezen waar ik mijn afspraak wilde en daarna deed de site het niet meer. En toen moest ik al mijn gegevens weer opnieuw invullen. En dat herhaalde zich een keer of tien. Een dag later heb ik het opnieuw geprobeerd en toen kon ik wel een data kiezen. De eerst volgende mogelijkheid was op twee mei. Say whut? Ja, het was januari en ik kon pas in mei naar de vreemdelingenpolitie. Een toeristenvisum is drie maanden geldig en een afspraak kan dus pas vijf maanden later. Welkom in Turkije.

Ik was dus een en al aan het stressen vanwege het feit dat ik niet zeker wist of ik mijn afspraak te laat had gemaakt en over het feit dat ik hier weer ruim twee maanden zonder visa of verblijfsvergunning zou moeten verblijven. Maar dat bleek allemaal geen probleem, zolang je de afspraak maar had staan. Prima dus.

Voor een verblijfsvergunning van een jaar had ik nodig:

  • Een belastingnummer
  • Vier pasfoto`s
  • Het afspraakformulier
  • 300 dollar per maand
  • Kopieën van mijn paspoort

Pasfoto`s had ik al laten maken voor mijn nieuwe paspoort en een belastingnummer had ik ook al. Het afspraakformulier zou ik alleen maar even hoeven uitprinten en het geld had ik ook.

Een week voor mijn afspraak ben ik naar een internetcafè gegaan om mijn afspraakformulier uit te printen. Er stond nadrukkelijk aangegeven dat de papieren in kleur moesten zijn en dat waren die van mij niet. Die van mij waren horizontaal uitgeprint en zonder kleur. Maar ach, zou dat nou echt een probleem zijn? Vijf lira en twee uur later (printen is hier namelijk niet zo gemakkelijk als elders ter wereld) stond ik weer buiten. Gelukkig gingen de kopieën van mijn paspoort iets gemakkelijker bij een andere zaak. Geld hebben we niet gewisseld in een wisselkantoor. Maar een uur later en 150 lira lichter had ik een bon waarop stond dat ik voldoende geld had.

Een week lang had ik stress voor de afspraak zelf. Zouden mijn twee paspoorten een probleem zijn? Wat zouden ze vragen? Wat willen ze weten? Ik had niet alle vragen op het formulier ingevuld, zouden ze daar een bezwaar tegen hebben? De dag van de afspraak veranderde ik in een soort van bloeddorstig monster. Ik wilde het liefst al twee uur van te voren aanwezig zijn, controleerde zes keer alle documenten, snauwde tegen Nevzat dat hij moest opschieten, trok hem aan zijn arm uit het toilet om naar de bus te rennen en toen we de bus hadden gemist wilde ik hem bijna vermoorden. Nevzat werkte me nog meer op mijn zenuwen door uiterst kalm te blijven. Toen we èindelijk en hijgend in de metro zaten durfde hij ook nog te vragen of we eerst ergens konden gaan eten, want hij had honger. Dat was bijna zijn dood. Ik liet nijdig de tijd op mijn telefoon zien en vroeg wat hem bezielde. Wat bleek? Zijn horloge stond een uur achter. Nu begon ook Nevzat redelijk te stressen. We hadden nog maar twintig minuten voor we daar moesten zijn en geen idee hoe we er moesten komen. We besloten een taxi te nemen en dankzij een dollemansrit kwamen we twee minuten voor tijd aan. Snel gingen we door de security-check en buiten adem melden we ons. Of we even mijn afspraakformulieren opnieuw wilden uitprinten. Horizontaal is niet toegestaan. Dat ze niet in kleuren waren was geen probleem. En of we daarna plaats wilden nemen in de wachtruimte. Het zou nog twee uur duren voor we aan de beurt waren. Voor tien lira heeft de politie mijn papieren verticaal en zonder kleur uitgeprint. We zijn buiten gaan zitten in de veronderstelling dat we twee uur moesten wachten tot we aan de beurt waren.

Die twee uur werden vijf uur. Vijf uur lang hebben we zitten wachten, thee gedronken en rondjes gelopen. Vijf uur lang! Toen we uiteindelijk aan de beurt waren zei meneer: “Sinds april zijn de regels veranderd. Je papieren zijn dus niet in orde. Regel het en kom deze week terug. Fijne dag verder”. Vijf minuten later stonden we buiten met een kladblaadje waarop stond wat ik nog meer nodig had/moest doen:

  • Een zorgverzekering
  • Een huurcontract
  • Vijftig lira op een bank storten
  • Het bedrag van het bewijs aan geld verdubbelen

Dat ziet er allemaal makkelijker uit dan het is. Vooral die zorgverzekering was een pain in the ass. Een hele dag heb ik besteed aan het zoeken van een zorgverzekering. Uiteindelijk heeft Nevzat een betaalbare zorgverzekering gevonden. Een dag later reisden we af naar het einde van de wereld -daar was het kantoor van de verzekeringsmaatschappij nu eenmaal- om een zorgverzekering te regelen. Een week later was de verzekering in orde en hadden we ook de andere zaken geregeld. Vol goede moed gingen we weer naar de vreemdelingenpolitie. Daar aangekomen hadden we geen idee wat we moesten doen of waar we heen moesten. En niemand kon ons helpen. Na een uur van het kastje naar de muur zijn gestuurd hebben we aanklopt bij `The Chief`. Hij legde ons uit dan niemand ons kon helpen omdat we naar de dezelfde persoon als vorige week moesten. En die was er niet. Hij zou er om vier uur zijn. We moesten dus maar drie uur wachten of een andere keer terugkomen. Drie uur hebben we zitten wachten. Drie uur later was meneer er echter nog niet. Vier uur later ook niet. Vijf uur later wel. We hebben gewoon weer vijf uur gewacht. En geloof het of niet: de regels waren weer veranderd. Mijn zorgverzekering was niet voldoende. Of we even een andere zorgverzekering willen afsluiten en volgende week terug kunnen komen. Nevzat legde uit dat ik een vliegtuigticket heb om op zes juni naar Nederland te gaan en we dus haast hebben. Volgens meneer was dit echter allemaal geen probleem, ik kan gerust vijftien dagen naar Nederland op zes juni. Als ik mijn papieren maar in orde heb voor die tijd. Say whutt? Vijftien dagen? Ja, vijftien dagen.

Verdorie! Ik dacht dat ik gek werd. We namen contact op met het verzekeringskantoor. Eigenlijk zouden we weer moeten langskomen, maar na veel gezeur gingen ze er uiteindelijk mee akkoord om alles digitaal af te handelen. Ik bracht weer een halve dag door in het internetcafè. Het zou twee dagen duren voor mijn nieuwe zorgverzekering in orde zou zijn. Twee dagen werd vier dagen. Vier dagen later gingen we weer naar de vreemdelingenpolitie. We moesten weer wachten -dit keer gelukkig maar een uur- en weer werd mijn zorgverzekering niet goedgekeurd. Alsof dit nog niet grappig genoeg was, besloot onze vriend om ook het huurcontract nog even af te keuren. Say whutt? Dit was toch goedgekeurd? Ja, maar nu niet meer. De gehele dag stond in het teken van een nieuw huurcontract. Van de notaris naar de plaatselijke Emniyet. En van de plaatselijke Emniyet weer terug naar de notatis. Een dag, twee stempels, honderdtwintig lira, een ruzie met een vrouwelijke agent en een woedende Nevzat verder was het huurcontract in orde. De volgende dag zochten we een nieuwe zorgverzekering. In de middag hadden we een afspraak. In de avond een offerte. We moesten weer wachten.

Een paar dagen later kreeg ik een telefoontje; mijn zorgverzekering was in orde en kon meteen worden opgehaald. De volgende dag gingen we weer naar de vreemdelingenpolitie. Het was er een en al chaos, zoals je hier kunt zien. Het zou niet lang meer duren of ik had een zenuwinzinking. Ik kon het niet meer aan. Ik wil naar Amsterdam. Naar Italie. Ik wil met zekerheid mijn tickets kunnen boeken en met zekerheid terug kunnen komen. Mijn papieren waren chaos, de mensen waren chaos, mijn hoofd was chaos, het gebouw was chaos. Een en al chaos. Ik had er geen zin meer in. Ik wilde niet meer wachten. Ik wilde geen verblijfsvergunning meer. Ik wilde niet meer met meneer de agent praten. Ik wilde niet meer tussen al die vieze, zwetende en stinkende mensen staan. Ik wilde gewoon naar huis. Slapen. Maar ik wachtte. En wachtte. En toen, -na het leek wel een eeuwigheid te duren, controleerde onze agent mijn papieren, stond op om koffie te drinken en met een collega te kletsen, kwam terug en zei: “Ok, alles is in orde. Ik zal nu een tijdelijk bewijs afgeven waarmee je het land voor vijftien dagen kunt verlaten”.

Potverdikkeme, people. Ik kom naar Nederland. Ik ga op vakantie naar Italië. Ik kan het bijna niet geloven, maar het is echt zo. Ik hoef alleen nog maar af te wachten.

Facebook Comments

1 Comment

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.