Even klagen over een vervelende huisgenoot

Om 13.00 uur `s middags hadden we afgesproken om kennis te maken. Om 16.00 uur kwam ze. Samen met haar Turkse vriendje. De Turk vroeg netjes of het geen probleem was dat hij mee was gekomen. “Welnee, kom binnen” zei ik. Het kennismakingsgesprek verliep soepel. Ik vond de Turk leuk. En hij heeft mooie ogen. Het meisje leek wat ingetogen. Ze moest haar woonruimte verlaten. Het stel waar ze nu bij verbleef wilde de tijdsperiode niet verlengen omdat `ze alleen aan short-term` deden. Dit waren ze echter even vergeten te vertellen met als gevolg dat ze binnen twee dagen op straat zou komen te staan. Een dag later kwamen ze terug. Dit keer om kennis met Nevzat en onderlinge afspraken te maken. Ook Nevzat vond de Turk leuk, maar hij had zijn twijfels bij het meisje. Ik wuifde zijn twijfels weg. “Welnee, ze is gewoon een beetje ingetogen. Ze komt uit Iran. Misschien is de Iraanse cultuur zo. Het komt vast goed” zei ik. We spraken af voor onbepaalde tijd af, met als voorwaarde dat als we de overeenkomst niet wilden voorzetten we elkaar hier minimaal tien dagen van te voren over zouden inlichten. Er werd gevraagd of de Turk ook af en toe zou mogen blijven slapen. Ik zei dat dit geen probleem was, maar dat ik graag eerst even tijd wilde om elkaar te leren kennen. Nevzat zei dat dit geen probleem was, maar dat ze het wel van te voren moesten zeggen. Omdat ze twee weken later naar Iran zou gaan voor familiebezoek betaalde ze tot die datum de huur. Een dag later trok ze bij ons in. Die hele dag hebben we haar niet gezien. Ze was in haar kamer. Dat was het. Nevzat vond het een beetje vreemd. “Welnee, ze heeft gewoon even tijd nodig. Waarschijnlijk is dit haar cultuur” zei ik. Ik nodigde haar uit om thee met ons te drinken. Ze nam haar thee mee naar haar kamer. De volgende dag hebben we haar niet gezien. `s Ochtends was ze weg en toen ze `s avonds terugkwam ging ze zonder iets te zeggen naar haar kamer. Een dag later ging hetzelfde. En de dag daarop ook. De dag daarop was het vrijdag. Ze kwam `s avonds samen met de Turk. Hij kwam bij ons in de woonkamer zitten, maar na vijf minuten wilde het meisje samen met hem naar haar kamer. Twee uur later vertrokken ze. Op zondagavond kwam ze terug en ging ze weer rechtstreeks naar haar kamer. Nevzat vond haar nu heel vreemd. Hij vroeg allerlei vragen waar ik geen antwoord op wist. Ik wist niet wie ze was, wat ze deed, waarom ze niets zei, waarom ze alleen maar in haar kamer was of waarom ze niet vertelde dat ze het hele weekend niet thuis zou zijn.

Maandag

Op maandag had ik er genoeg van. Ik begon een praatje met haar. Ik wilde namelijk ook graag weten met wie ik samenwoonde. Ze woont al drie jaar in Istanbul, maar spreekt nog steeds geen Turks. Ze werkt illegaal voor een startend bedrijf, ze houdt niet van de Turk maar ze kunnen het samen goed vinden en ze heeft een applicatie gestuurd voor een universiteit in Australië. Ze wist niets van het Turkse leven, noch van de Turkse cultuur. Ze is tweeëndertig jaar en beschouwt zichzelf als volwassen. Ze zei dat ze een schoon en opgeruimd huis op prijs stelt en graag mee wilde helpen in het huishouden. Ze beloofde om eens Iraans eten te koken. Dat laatste betwijfelde ik, want in die week dat ze inmiddels bij ons wonen had ik haar nog geen een keer zien eten. Behalve pindakaas, yoghurt, brood en koffie had ze geen voedselwaren in huis.

Dinsdag

Op dinsdag kwam ze samen met een vriendin. Er werd `Hoi` geroepen waarna ze samen naar haar kamer gingen. Nevzat ergerde zich. Ik ook. Haar gedrag was vreemd en asociaal. Maar meer ergerde ik me nog aan de rommel die ze overal achterliet. Ondanks dat we haar niet zagen, waren haar spullen -en haren- wel overal zichtbaar. “Het is hier geen hotel hoor, Nena” zei Nevzat. “We wonen hier samen. Ze hoeft heus niet bij ons op de bank te zitten, maar ze kan toch wel gewoon fatsoenlijk gedag zeggen, haar rommel achter haar kont opruimen en haar vrienden voorstellen” vervolgde hij. “Ja” zei ik. “En het zou ook fijn zijn als ze ons op de hoogte stelt als ze niet thuis komt. Hoe moeten wij nu weten of de deur wel of niet op slot kan? De volgende keer heeft ze pech hoor, dan blijft ze maar lekker op straat midden in de nacht”.

Woensdag

Op woensdag was er nog niets veranderd. Inmiddels woonde ze anderhalve week bij ons, had ik haar een keer gesproken en lag overal afwas, beauty-producten en haren. Ik ergerde me en vroeg of ze misschien een beetje zou kunnen opletten. Ze wist niet waar ik het over had, maar ze was sowieso al van plan om te gaan schoonmaken. En dus deed ze vier onderbroeken en twee t-shirts in de wasmachine. Daarna ging de deur van haar kamer dicht.

Donderdag

Donderdag kwam ze ineens, totaal onverwachts, uit het niets de woonkamer in. Ze moest een website voor haar werkgever maken, maar ze kan alleen coderen en snapte er niets van. Of ik haar even wilde helpen. Ik zei dat ik geen tijd had, maar haar graag op een later moment wilde helpen en ging door met mijn eigen werkzaamheden. Ze liep terug naar haar kamer. Niet om de deur dicht te doen, maar om haar laptop te halen. Binnen een minuut had ze zichzelf geïnstalleerd naast mij op de bank. Vraag een stelde ze nog geen tien seconden later. Ik gaf antwoord. Daarna volgde vraag twee. En vraag drie. Ik had hier echt geen tijd voor en vertelde haar nogmaals graag op een ander moment te helpen. Ik vertelde haar dat ze de website ook zelf zou kunnen coderen als ze dat makkelijker zou vinden en ik vertelde haar dat ze ook zou kunnen google-en naar antwoorden op haar vragen. Ze vroeg immers geen moeilijke dingen. Ik weet niet wat ze niet begreep, blijkbaar sprak ik Chinees, maar nog geen drie minuten later vroeg ze weer iets. Uiteindelijk heb ik gezegd dat ik het zelf ook allemaal niet zo goed weet en haar helaas niet verder kon helpen. Op iedere volgende vraag gaf ik steevast als antwoord: “Oh, dat weet ik niet. Dat heb ik nog nooit gedaan”.

Ik geef geen geld terug. Bij de bakker krijg je ook geen geld terug als je een half brood terugbrengt omdat het niet naar je zin is.

Vrijdag

Vrijdagavond kwam ze weer samen met de Turk thuis. Er werd weer `Hoi` geschreeuwd vanuit de deuropening om vervolgens naar haar kamer te gaan. Een paar keer zijn ze uit de kamer te komen; om een sigaretje te roken, om koffie te zetten en naar het toilet gegaan. Al die keren is onze woonkamer gepasseerd, maar al die keren werd er niets gezegd. Om 01.00 `s nachts ging het licht uit. Ik had schoon genoeg van haar gedrag en het feit dat ze haar afspraken niet nakwam. Ik klopte op de deur. Hard. Ik klopte hard op de deur. Geschrokken werd er gevraagd wat er aan de hand was. Ik vroeg of de Turk bleef slapen. Ze kwam haar kamer uit. “Ja, hoezo?” vroeg ze. Ik zei dat ik het op prijs zou stellen als ze ons daarover zou informeren. Ik zei dat ik het graag wilde weten als er bezoek zou blijven slapen zodat ik me niet te pletter zou schrikken de volgende ochtend. Ze keek me verbaasd aan en vertelde me dat ze dit gedrag niet kon accepteren. Ik keek haar verbaasder aan en vroeg welk gedrag. Ik kreeg een preek. Een preek waarin ze schreeuwde. Ze schreeuwde dat ik een koud persoon ben, dat ik me als een klein kind gedraag, dat het niet nodig is om te vertellen dat er iemand blijft slapen omdat ze immers voor de kamer heeft betaald. Ze ging door. Ze schreeuwde dat ze mijn gedrag onacceptabel vind, dat ze geen woorden heeft om nog iets tegen zo`n klein kind te zeggen en dat het belachelijk is dat ik op haar deur klopte. Ik had tot de volgende ochtend moeten wachten. Ik was geschokt. Ik probeerde haar uit te leggen dat het niet meer dan normaal is om je huisgenoten te informeren dat er iemand blijft slapen. Ik vroeg haar hoe zij het zou vinden als ze ineens iemand in de woonkamer aantreft terwijl ze in haar handdoek loopt. Het meisje vond mij absurd en begon te schreeuwen. Ik kalmeerde haar en vroeg of ze even naar me kon luisteren. Voordat ik mijn zin had afgemaakt tetterde ze alweer door me heen. Nu was ik boos. Of zeg maar, ik was woest. Ik schreeuwde terug. Ik zei dat ze haar grote bek moest houden, haar fatsoen bij elkaar moest rapen en een normaal gesprek moest voeren omdat ik hier geen zin in had. Ik schreeuwde tegen haar dat ze eens naar haar eigen gedrag moest kijken in plaats van onzin tegen mij uit te kramen. Zij zei dat ze niet met mij wilde praten. Ik zei dat ze dan maar lekker de deur moest dichtdoen. En dat deed ze. Haar vriendje heb ik niet gezien. Toen Nevzat thuis kwam en ik hem het verhaal vertelde zei hij alleen maar: “Goed gedaan, maar denk je nu nog steeds dat het een cultuurverschil is of ben je er nu achter dat ze gewoon een onbeschofte trut is”. De volgende dag was drama. Drama! Toen ze `s ochtends de keuken passeerde zei ze dat ze binnen drie uur zou vertrekken. Daarna smeet ze haar kamerdeur dicht. Ik zei niets en deed mijn ding. Haar kamer kwam ze niet uit. Haar rommel lag nog steeds overal. Drie uur later was ze niet weg. Vier uur later ook niet. Nevzat werd de hele dag door de Turk gebeld. De Turk bood zijn excuses aan en vroeg of we alsjeblieft het resterende bedrag huur (vier dagen) terug wilden geven. Nevzat zei ja en ik zei nee. Het was een principe kwestie. Dit kind is gestoord. Ze moest het me maar lekker zelf vragen zodat ik haar even haarfijn zou kunnen uitleggen waarom ik haar helemaal niets zou geven. De Turk en de huisgenoot kregen ruzie. Nevzat vond het zielig. De Turk belde Nevzat. Elk uur. Hij wist niet wat hij moest doen. Hij vond dat wij gelijk hadden maar de huisgenoot was boos. Op mij en op hem. Nevzat zei dat hij er ook niets aan kon doen en dat hij maar was moest verzinnen. Hij legde hem uit dat haar gedrag niet normaal was. Dat hij mij groot gelijk gaf. Dat als er iemand anders in zijn schoenen had gestaan diegene hen beiden op straat had gezet de vorige nacht. Hij vroeg hoe hij het zou vinden als wij vrienden laten slapen zonder zijn vriendin te informeren. Hij vroeg hoe hij het zou vinden als iemand niet eens het fatsoen heeft om gedag te zeggen. Hij vroeg hoe hij het zou vinden als ik degene was geweest die zo stond te schreeuwen. De Turk gaf hem gelijk. Hij wist het niet. Ze had tegen hem gezegd dat ze ons had verteld dat hij zou blijven slapen. Hij zei dat ze fout waren en zich asociaal hadden gedragen. Maar zijn vriendin vond van niet en hij kon niet tot haar doordringen. Ze was boos en wilde haar geld terug. En zo ging het de hele dag door.

“Je bent een klein kind en je gedraagt je slecht. Heel slecht”.

Toen Nevzat `s avonds thuiskwam, kwam de huisgenoot uit haar kamer. Ze wilde met hem praten. Nevzat zei okè. Zij spreekt geen Turks en Nevzat spreekt geen Engels. Ik moest voor haar vertalen. En dat deed ik. Ze gedroeg zich als de onschuld haarzelf en terwijl ze lief lachte en zielig keek vertelde ze dat ik haar hart had gebroken. Ik vroeg haar of ze nog wel helemaal lekker was. Ik vroeg of ze misschien een normaal gesprek met mij zou kunnen voeren. Ze keek me aan en zei: “Je bent een klein kind en je gedraagt je slecht. Heel slecht”. En dat in het Engels. Ik zei haar dat zij degene was die mij ontweek en dat ik dat niet bepaald volwassen vond. Ze zei dat ik dat had verdiend. Alsof ik een klein kind was dat gestraft moest worden. Daarna draaide ze haar hoofd om en wenste niet met met mij te spreken. Ik vroeg haar waarom ik iemand zou helpen die me zo behandeld en gaf haar als advies op straat een vertaler te vinden waarna ik naar wegliep. Nevzat vertelde haar dat ze kon blijven tot de afgesproken datum of nu kon vertrekken, maar dat het niet ons probleem was. Daarna liep hij ook weg. En toen barstte de bom pas echt. Haar vriendje belde weer. Zes keer. En zes keer vroeg hij was hij moest doen en zes keer vroeg hij of we haar geld wilden geven zodat ze wegkon. Ik was er allang klaar mee. Nevzat niet. Nevzat vind altijd alles maar zielig en wil altijd maar de lieve vrede bewaren. En dus wilde ik nu de Turk wel eens eventjes aan de telefoon. De Turk bood allereerst zijn excuses aan voor het gedrag van zijn vriendin. Hij zei dat hij ons volledig begreep en dat we volledig in ons recht staan, maar dat het zo niet verder kan. Ik vertelde hem zijn excuses te aanvaarden en hem niets kwalijk te nemen, maar ook dat ik geen zin meer had in deze onzin. Ik ga nog geen vijf lira voor een taxi aan haar geven. Nee is nee. En als ze iets wilt dan moet ze maar zelf met mij komen praten. Als de volwassen persoon waartoe zij zichzelf beschouwt. “Ik wil nu dat je stopt met bellen en ons van onze avond laat genieten. Ik geef geen geld terug. Bij de bakker krijg je ook geen geld terug als je een half brood terugbrengt omdat het niet naar je zin is. Succes ermee. Doei” En dat was dat.

Zaterdag

De volgende dag kwam de Turk om zijn vriendin te halen. We maakten gezellig een praatje met hem, maar na boze blikken van de huisgenoot moest hij mee naar haar kamer. Daar lag hij op bed terwijl zij haar koffers inpakte. Vier uur deed ze erover. En vier uur lang lag de Turk op bed te wachten. Oh nee, een keer ging hij naar buiten om brood voor haar te kopen. Uiteraard was het niet het goede brood. Vier uur later gingen ze weg. De Turk zei ons gedag en bedankt ons voor alles. De huisgenoot zei niets en keek ons boos aan. Ik zei: “Ik snap dat het heel moeilijk is om als volwassen persoon een hand te geven en doei te zeggen. Ik begrijp je volkomen. Doei hè”. En ik sloot de deur. Uiteraard, kinderen als we zijn, renden we daarna samen naar het raam om te kijken hoe het ze verging. Ze maakten ruzie. Op de trap. Met zes koffers. Uiteindelijk liep de Turk de trap zes keer op en af om haar koffers naar beneden te brengen. Het meisje bleef geïrriteerd staan wachten terwijl ze snauwde dat hij moest opschieten omdat ze het koud had. Ik ben benieuwd hoelang hij het nog met haar volhoudt.

Facebook Comments

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.