Ik ben Nederlandse, Indo en een echte Turk. Of gewoon een wereldburger?

Ik krijg vaak te horen dat ik `een echte Turk` ben. Toen ik met Petra aan het winkelen was en we hulp hadden van een winkelmedewerker maakte ik een foutje- -want zo goed is mijn Turks nou ook weer niet- toen ik iets vroeg. De jongen keek me verbaasd aan. Heel verbaasd. “Wat vroeg je?” vroeg hij. Ik herhaalde mijn vraag, inclusief de fout. De jongen bleek nog verbaasder te kunnen kijken. Totaal van slag vroeg hij waar ik vandaan kom. Drie keer vroeg hij of ik echt geen Turk ben. Daarna vroeg hij het nog een keer of vier aan Petra. En toen had hij het door; ik ben geen Turk.

Een week later stond ik met Nevzat te kibbelen in een plaatselijk-van-groente-en-fruit-tot-geen-tampons-en-brood-tot-lingerie-en-asbakken-oftewel-van-alles-en-nog-wat-winkeltje over welke waterkoker we zouden aanschaffen. Ik had ongeveer elke doos die er stond opengemaakt om de waterkokers van een grondige inspectie te kunnen voorzien. Nevzat maakte elke doos weer keurig dicht terwijl ik de voor en tegens stond op te sommen, prijzen aan het vergelijken was en probeerde duidelijk te maken waarom een zwarte waterkoker echt veel mooier is dan een witte. Halverwege mijn betoog hoorde we ineens een vrouw. De vrouw was lichtelijk geïrriteerd. “Hallo, kan een van jullie me nog helpen of hoe zit het” zei ze op een boze toon. Ik keek haar stomverbaasd aan. Zij keek mij boos aan. De vrouw naast haar keek me nog bozer aan. De vrouw zei: “Ik heb nu al drie keer iets gevraagd, maar jullie lijken we gewoon te negeren”. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik vroeg me af of ik haar wel goed had begrepen. Maar Nevzat zei: “Sorry mevrouw, wij werken hier niet. We zoeken een waterkoker voor onszelf uit”. Nu was het de beurt van de vrouwen om verbaasd te kijken. Ze boden hun excuses aan en gingen opzoek naar iemand die er wel werkte. “Zie je nou wel. Je bent een echte Turk” zei Nevzat triomfantelijk. Natuurlijk moest ik meteen een heel betoog houden over waarom ik totaal geen Turk ben, niet op een Turk lijk en er nooit op zal lijken noch er een zal zijn. In alle drukte vergat ik mijn eisen voor de waterkoker en met een witte waterkoker gingen we de deur uit.

Ik lijk wel degelijk op een Turk.

Nu moet ik toegeven dat ik wel degelijk op een Turk lijk. Over mijn uiterlijk valt nog het een en ander te discussiëren. Maar ik drink mijn thee Turkser (super heet, ze hebben hier allemaal een `looie pijp`) dan de Turken zelf. Ik heb bepaalde trekjes overgenomen, gebruik typische Turkse stopwoorden zonder dat ik het doorheb, praat als een Turk en klik op de typische Turkse manier `nee` met mijn tong. Ik eet als een Turk. Ik zit als een Turk. Ik ga bijna net zo vaak als Turken naar de schoonheidssalon. Ik heb het levensritme overgenomen. Ik moet overal perse soep en brood bij hebben. Soms vind ik lelijke dingen mooi, no offence maar kaarsen met parels, klokken met glitters en fotolijstjes met roze strass-stenen, dat is echt typisch Turks. Ik begin volgens mensen te denken als een Turk. Mensen zien me aan voor Turk. Als ik soms met Turken praat, iets niet begrijp – want zo goed is mijn Turks namelijk ook weer niet- en vraag wat er bedoelt wordt kijken mensen vaak verbaasd op. Vragen als: “Ben je geen Turk dan?” en “Maar wat ben je dan” tot “Ik geloof je niet en “ben je echt geen Turk?” zijn orde van de dag. Als mensen iets vragen en ik geen antwoord geef – want zo goed is mijn Turks namelijk ook weer niet- kijken mensen me aan alsof ik totaal gestoord of zwakzinnig ben. Wat vaak super grappig is overigens. In winkels vragen mensen om hulp, op straat vragen mensen de weg, in de metro beginnen oude-van-dagen praatjes.

En hier wilde ik deze column afsluiten met een mooi betoog over `mijn Nederlands zijn`. Maar dat kan ik niet. Want hoewel er in mijn paspoort staat dat ik Nederlands ben, ben ik dat eigenlijk niet.

Ik mis ‘fare una bella figura’.

Florence heeft mijn hart gestolen en mis ik meer dan ik Amsterdam ooit zal missen. Zodra ik de trein uitstap op Santa Maria Novella, dan ben ik thuis. Ik mis het s`ochtends ontbijten met een croissaint en echte koffie (vooral die koffie blijkt een belangrijkere rol in mijn leven te spelen dan ik ooit dacht), ik mis de kunst, de eindeloos lange gesprekken die nergens om gaan, behalve om het uitspuwen van een reeks woorden, ik mis `fare una bella figura` en ik mis goede wijn en en goede olijfolie. Ik mis het spontaan uitgenodigd worden om ergens te eten, ik mis het om iedereen die ik tegenkwam twee kussen op de wang te geven en ik mis mensen die met hun handen praten. Ik mis het leven op straat, ik mis het temperament van de Italianen en ik mis de houten luikjes voor de ramen. Ik mis het flaneren en bovenal mis ik de taal.

Ik mis gezelligheid.

Maar ondanks dat ik Italië meer mis dan Nederland, zal ik altijd van een ontbijt bestaande uit brood met hagelslag, pindakaas en een glas melk kunnen genieten. Ik ben er ziek van dat mijn spaarrekening met de minuut leger lijkt te worden. Ik heb een bepaalde directheid en openheid en geef graag te pas en onpas mijn mening. Ik wil kroketten, kaassoufles en ontbijtkoek. Ik ben zo gewend aan regelgeving en bureaucratie dat ik in paniek raak als iets te simpel gaat. Ik mis gezelligheid -een woord want in geen enkele andere taal voorkomt- en nuchterheid. Ik haat het om heuvels te lopen en mis de vlakte van Nederland. Ik heb nu het bijna zomer is zin in Sinterklaas en ook paaseitjes heb ik tot groot verdriet gemist.

Ik mis sambal.

En daarnaast ben ik ook nog een typisch Indo. Ik mis de sambal dus nu eet ik overal, maar echt overal -en tot grote irritatie van Nevzat- biber bij. Ik laat restjes drinken achter in elk kopje en zelf als ik alleen voor mezelf kook kan er een weeshuis aanschuiven. Ik presteer het om in iedere taal woorden met de verkeerde klemtoon te zeggen en verander te pas en onpas van toonhoogte. Ik woon in mijn slippers en kan gewoon niet aan sloffen wennen. Ik blijf arrogant gevonden worden terwijl ik heel normaal doe. Ik mis en houd van soto ajam, van lemper, van telor asin, van sateh en eigenlijk van bijna alles wat eetbaar is. En eet alles het liefst met een lepel (of mijn handen). Ik wil een toko! Praat ik veel over eten? Ik kan er niets aan doen. Eten is belangrijk voor Indo`s. Hadi, ik wil emping, spekkoek en stroop susu.

Ik ben een wereldburger

Mensen kunnen vaak niet plaatsen waar ik vandaan kom. Ik wordt voor van alles en nog wat aangezien en ik word er soms heel moe van om uit te leggen waar ik vandaan kom. Waar mijn ouders vandaan komen en waar hun ouders vandaan komen. Vroeger zag ik mezelf altijd als Nederlander, alleen had m`n vader nu eenmaal een ander kleurtje. Officieel ben ik dus een Indo, met een Nederlandse nationaliteit. Maar mijn hart ligt in Italië en ik ben een ‘echte Turk’ sinds ik in Turkije woon. Onofficieel ben ik een mens van de wereld en ik verleen mijn identiteit niet aan mijn afkomst.

Hoe mooi zou het zijn als er in je paspoort na nationaliteit gewoon wereldburger zou staan?
Facebook Comments

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.