Openbaar vervoer in Istanbul: Als haringen in een ton zitten


Joshua K. Jackson

“Verdorie, begint het ook nog keihard te regenen” denk ik bij mezelf. Ik sta al bijna veertig minuten op de bus te wachten en die lijkt maar niet te komen. Alhoewel, er kwam er net een keihard voorbij racen. Nouja, wel meerdere, maar degene die echt Mr. Schumacher himself leek te zijn was precies de bus die ik moest hebben. Maar aangezien ik hier al zolang sta is de echte Schumacher waarschijnlijk allang langs geweest zonder dat ik hem heb gezien. Dat verklaart meteen waarom ik hier al zolang sta. “Oh, maar wacht.. als de bus voorbij raast, betekent dat ook dat ‘ie hier niet stopt. En als de bus hier niet stopt, dan sta ik hier dus voor niets te wachten” concludeer ik. Ik kijk op me heen, maar zie nergens een informatiebord. Ik zie ook nergens een kiosk, een straatverkoper, een taxichauffeur of een man die mensen in de dolmus leidt. Dat zijn de enige betrouwbare bronnen om de weg of informatie over het openbaar vervoer te vragen ben ik inmiddels achter na een paar jaar in deze hectische stad te wonen. De rest roept maar wat. Turken geven niet graag toe dat ze iets niet weten. Dat is niet erg hoor, maar wel heel vervelend als je richting het Noorden wordt gestuurd terwijl je naar het Westen moet en daarom vijf kilometer omloopt. In mijn zomerjurkje begin ik in de hagel en wind mijn zoektocht naar de bus.


Joshua K. Jackson

Ik vraag me af waarom alles hier altijd zo extreem is. Vanmorgen was het vijfendertig graden, liep het zweet waar het normaal gesproken niet komt en nu moet ik uitkijken dat de wind er niet voor zorgt dat ik in m`n blote kont op straat sta. Het zweet is vervangen door regen. Heel veel regen. “Als mijn wenkbrauwen maar redelijk blijven zitten” denk ik terwijl ik mezelf een baan tussen hordes mensen probeer te maken. De weg met busstops en stops voor dolmussen (geen idee hoe je zoiets noemt) is ongeveer twee kilometer lang. Dat betekent ook twee kilometer aan mensen. En ik heb geen idee waarom, maar de stoep is afgezet en iedereen staat op een kluitje aan elkaar vastgeplakt op de weg.

Helemaal doorweekt ben ik als ik erachter kom dat de bus die ik moet hebben alleen nog maar vanaf het busstation kan nemen. Behoorlijk chagrijnig ben ik inmiddels ook. Ik ben net bijna overreden door Schumacher 3, die niet zag dat het stoplicht op rood sprong. Mijn jurkje vloog nog net niet achter hem aan, het scheelde een haar. Ik zie mijn bus staan en versnel mijn tempo. Ik wil zo snel mogelijk plaatsnemen in die droge, warme bus. Want hoewel het buiten ontzettend heet is, weet ik dat de buschauffeur zijn verwarming aan heeft staan. Iets wat ik normaal gesproken totaal niet fijn vind, maar nu ontzettend naar uitkijk. En mijn voeten doen pijn. Echt heel veel pijn. Ik wil zitten. Maar als ik instap zie ik meteen dat ik niet kan zitten. Alle plaatsen zal allang en breed bezet en dus blijf ik staan. Er stappen ondertussen nog een stuk of twintig mensen is die ook allemaal moeten blijven staan. Iedereen is nat en een aantal mensen draagt een onaangename zweetlucht bij zich. De geur van natte hond en ongewassen oksels dringt mijn neus binnen. Terwijl de bus vol gas geeft om weg te rijden springen er nog zeker tien mensen in de bus. Ook al deze mensen moeten blijven staan. Geloof me, dat is geen pretje. Er is namelijk best krap allemaal. Dus nu ben ik zeiknat, sta ik op mijn zere voeten en weet ik dat ik nog minimaal veertig minuten zal moeten blijven staan, voel ik zes vreemde mensen tegen me aanplakken, is het vijfendertig graden in de bus, vraag ik me af of ik nog wenkbrauwen heb en ben ik ook nog eens kotsmisselijk.

Ik voel mijn voeten bijna niet meer, de tas van het meisje naast me drukt onophoudelijk in mijn arm en ik voel de jongen achter mij in mijn nek hijgen. Ineens schreeuwt een meisje dat de buschauffeur moet stoppen. Midden op de weg trapt hij op zijn rem.


Joshua K. Jackson

De bus stopt bij de bushalte en de buschauffeur begint te schreeuwen. “Dames en heren, doorlopen naar achteren. Doorlopen naar achteren! DOORLOPEN” klinkt er vanuit zijn luidspreker. Dat er geen ruimte is om door te lopen maakt hem niets uit. Dat niemand beweegt ook niet. Hij blijft schreeuwen en zonder dat ik het doorheb staan er ineens nog tien mensen extra in de bus. Pas als de laatste passagier in de bus is, trapt hij zijn gas weer in. “Nog meer vieze geurtjes” denk ik bij mezelf. Bij de volgende haltes herhaalt dit zich vrolijk keer op keer. Er komen meer mensen in de bus dan dat eruit stappen. Buskaarten worden vanuit achterin de bus naar voren doorgegeven, zodat iedereen netjes kan betalen. Als er plotseling vanuit het niets een ouder echtpaar verschijnt wordt er met man en macht aan gewerkt om twee zitplaatsen vrij te maken en de mensen hier veilig naar toe te leiden. We zitten immers wel bij Schumacher 3 in de bus terwijl het verkeer in Istanbul buitengewoon chaotisch is.. Ondertussen staat de persoon die het dichts bij de buschauffeur is buskaarten voor de halve bus te scannen. Het is een van de redenen waarom ik nooit bij de buschauffeur in de buurt wil staan. Heb je ineens twaalf buskaarten in je hand gedrukt om voor iedereen af te rekenen. Ik bedoel, je zal een kaart maar per ongeluk twee keer scannen. Of de hele zooi laten vallen. Dat is nog erger. Nee, die taak laat ik liever aan een ander over. De bus stopt weer. Er moet een vrouw met een kind uit, maar door de drukte zijn ze niet op tijd bij de deur. De buschauffeur trapt zijn gas volop in om weg te racen. “STOP” wordt er van alle kanten geroepen. “Er willen mensen uit”! De buschauffeur stopt en wacht net zolang tot er iemand roept dat hij weer verder kan rijden. Ondertussen worden buskaarten worden vanuit voorin de bus naar achteren doorgegeven, zodat iedereen zijn kaart weer terug heeft. Ik voel mijn voeten bijna niet meer, de tas van het meisje naast me drukt onophoudelijk in mijn arm en ik voel de jongen achter mij in mijn nek hijgen. Ineens schreeuwt een meisje dat de buschauffeur moet stoppen. Midden op de weg trapt hij op zijn rem. Iemand is zijn tas vergeten. De hele bus kijkt vanachter het raam of de jongen nog in de buurt is. Als iemand hem ziet, springt een man uit de bus en rent naar de jongen om hem zijn tas te geven. Als de man weer in de bus stapt, vervolgt de chauffeur zijn rit. De volgende halte moet ik eruit. Ik vraag me af hoe ik op tijd bij de deur kom, maar gelukkig kan ik de jongen naast me volgen. Als ik buiten sta prikt de frisse lucht in mijn longen. De zon is inmiddels weer gaan schijnen en ook mijn wenkbrauwen zien er nog prima uit. Dit is wat ik noem een doodnormaal ritje met het openbaar vervoer in Istanbul: als haringen in een ton zitten.

Over het openbaar vervoer in Istanbul is veel te zeggen, hier schreef ik er al eens eerder over. We hebben hier alles aan transport wat je maar kunt bedenken. Er zijn zoveel verschillende transportmiddelen en vaak heb je er meerdere nodig om op een bestemming te komen. Het openbaar vervoer is altijd druk en chaotisch, je hebt geluk als je überhaupt binnenkomt en nog meer geluk als je kunt zitten. Je moet oppassen dat je niet omvalt want alle voertuigen worden bestuurt door mensen die denken dat ze in een Ferrari rijden. Je raakt altijd minimaal twintig vreemde mensen aan en vaak sta je met je neus in de bezweette oksel van iemand. En ondanks dat alles heb ik bewondering voor de manier waarop alles toch soepeltjes verloopt. Er staan altijd een aantal mensen op voor minder validen en iedereen helpt elkaar. Heb je bijvoorbeeld geen kaart voor het openbaar vervoer bij je, dan geef je gewoon het bedrag aan een medepassagier die dan zijn kaart voor jou scant. Stap je achterin in, dan kun je met een gerust hart je kaartje doorgeven naar voren zodat iemand deze voor jou kan scannen. Sterker nog, volgens mij betaald iedereen altijd netjes, want ik ik heb het nog nooit gezien dat dit niet gebeurt. Chauffeurs stoppen midden op de weg om je erin of eruit te laten en er wordt netjes gewacht bij een halte als er gezien wordt dat je net aankomt lopen. En het is er altijd vredig stil waardoor je rustig muziek kunt luisteren, of als je geluk hebt om te zitten, een boek kunt lezen. Dit is groot contrast met Nederland, waar respect totaal verdwenen lijkt te zijn. Maar weetje? Ik sta liever met m`n neus in een vieze oksel gedrukt, dan dat ik mezelf erger aan een groep schreeuwende jongeren die vandalisme plegen. Ik sta liever tegen tien vreemden mensen aangedrukt, dan dat ik zie dat er geen plaats wordt gemaakt voor een hoogzwangere vrouw of een meneer op leeftijd. Ik kom liever te laat aan, dan dat ik zie dat de buschauffeur snel gas geeft als hij ziet dat er iemand aankomt lopen.

Ik sta graag als een haring in een ton als dat betekent dat er respect en behulpzaamheid tegenover staat.

Facebook Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *